Duits · werkwoord

sich waschen

zich wassen

wederkerendwerkwoorden · set 12

Voorbeeldzinnen

Ich wasche mich jeden Morgen kalt.
Ik was me elke ochtend met koud water.
Er hat sich vor dem Essen die Hände gewaschen.
Hij heeft zich voor het eten de handen gewassen.
Nach dem Sport muss ich mich schnell waschen.
Na het sporten moet ik me snel wassen.

Let op

De wederkerende vorm hoort erbij: sich waschen.

Onthoud sich waschen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen sich waschen in ripiti