Duits · werkwoord

sitzen

zitten

werkwoorden · set 6

Voorbeeldzinnen

Wir sitzen im Wohnzimmer und reden.
Wij zitten in de woonkamer te praten.
Er hat den ganzen Tag am Computer gesessen.
Hij heeft de hele dag achter de computer gezeten.
Morgen werde ich lange im Zug sitzen.
Morgen zal ik lang in de trein zitten.

Onthoud sitzen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen sitzen in ripiti