Duits · werkwoord

sprechen mit

spreken met

met vast voorzetselwerkwoorden · set 64

Voorbeeldzinnen

Ich spreche mit meiner Chefin.
Ik spreek met mijn chef.
Er sprach mit einem Anwalt.
Hij sprak met een advocaat.
Er spricht mit seinem Bruder.
Hij spreekt met zijn broer.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: sprechen mit, niet sprechen.

Onthoud sprechen mit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen sprechen mit in ripiti