Duits · werkwoord

sprechen

spreken (taal/gesprek)

● onregelmatigwerkwoorden · set 4

Voorbeeldzinnen

Sie spricht sehr gut Deutsch.
Ze spreekt heel goed Duits.
Wir haben lange über das Problem gesprochen.
Wij hebben lang over het probleem gesproken.
Ich möchte morgen mit dir sprechen.
Ik wil morgen met je praten.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichsprechehabe gesprochen—sprach
dusprichsthast gesprochensprichsprachst
er / sie / essprichthat gesprochen—sprach
wirsprechenhaben gesprochen—sprachen
ihrsprechthabt gesprochensprechtspracht
sie / Siesprechenhaben gesprochensprechen Siesprachen
voltooid deelwoord (Partizip II) gesprochen

Onthoud sprechen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen sprechen in ripiti