Duits · werkwoord

streiten

ruziën, ruzie maken

werkwoorden · set 20

Voorbeeldzinnen

Die Kinder streiten oft um das Spielzeug.
De kinderen maken vaak ruzie om het speelgoed.
Wir haben gestern wegen des Geldes gestritten.
Wij hebben gisteren ruzie gehad over het geld.
Ich will nicht mit dir streiten.
Ik wil niet met je ruziën.

Onthoud streiten voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen streiten in ripiti