Duits · werkwoord

teilen

delen

werkwoorden · set 45

Voorbeeldzinnen

Wir teilen uns die Pizza zu dritt.
We delen de pizza met z'n drieën.
Sie hat ihr Zimmer lange mit der Schwester geteilt.
Ze heeft haar kamer lang met haar zus gedeeld.
Möchtest du den Kuchen mit mir teilen?
Wil je de taart met mij delen?

Onthoud teilen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen teilen in ripiti