Duits · werkwoord

telefonieren

telefoneren, bellen

werkwoorden · set 29

Voorbeeldzinnen

Ich telefoniere jeden Abend mit meiner Mutter.
Ik bel elke avond met mijn moeder.
Wir haben gestern lange miteinander telefoniert.
Wij hebben gisteren lang met elkaar gebeld.
Morgen muss ich mit dem Arzt telefonieren.
Morgen moet ik met de dokter bellen.

Onthoud telefonieren voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen telefonieren in ripiti