Duits · werkwoord

umdrehen

omdraaien (omkeren)

werkwoorden · set 58

Voorbeeldzinnen

Du musst das Brot kurz umdrehen.
Je moet het brood even omdraaien.
Sie hat das Schild an der Tür umgedreht.
Ze heeft het bordje aan de deur omgedraaid.
Wir mussten umdrehen, weil die Straße gesperrt war.
We moesten omkeren, omdat de weg afgesloten was.

Onthoud umdrehen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen umdrehen in ripiti