Duits · werkwoord
verreisen
op reis gaan
werkwoorden · set 56
Voorbeeldzinnen
Wir verreisen im Sommer für zwei Wochen.
We gaan in de zomer twee weken op reis.
Sie ist letzte Woche beruflich verreist.
Ze is vorige week voor haar werk op reis gegaan.
Ich möchte nächstes Jahr gern mal verreisen.
Ik wil volgend jaar graag eens op reis gaan.
Onthoud verreisen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen verreisen in ripiti