Duits · werkwoord

verschieben

uitstellen, verschuiven

werkwoorden · set 45

Voorbeeldzinnen

Wir verschieben das Treffen auf nächste Woche.
We schuiven de afspraak door naar volgende week.
Der Arzt hat meinen Termin verschoben.
De arts heeft mijn afspraak verzet.
Kannst du die Besprechung auf Montag verschieben?
Kun je de bespreking naar maandag verplaatsen?

Onthoud verschieben voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen verschieben in ripiti