Duits · werkwoord

wandern

wandelen

werkwoorden · set 29

Voorbeeldzinnen

Wir wandern gern in den Bergen.
Wij wandelen graag in de bergen.
Am Sonntag sind wir drei Stunden gewandert.
Zondag hebben we drie uur gewandeld.
Nächste Woche wollen sie im Schwarzwald wandern.
Volgende week willen ze in het Zwarte Woud wandelen.

Onthoud wandern voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen wandern in ripiti