Duits · werkwoord
werfen
gooien
werkwoorden · set 22
Voorbeeldzinnen
Der Junge wirft den Ball über den Zaun.
De jongen gooit de bal over het hek.
Sie hat die Zeitung in den Müll geworfen.
Zij heeft de krant in de prullenbak gegooid.
Kannst du mir den Schlüssel werfen?
Kun je mij de sleutel toegooien?
Onthoud werfen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen werfen in ripiti