Duits · werkwoord

wohnen

wonen (verblijven)

werkwoorden · set 9

Voorbeeldzinnen

Wir wohnen seit drei Jahren in Köln.
Wij wonen al drie jaar in Keulen.
Früher habe ich in einem kleinen Dorf gewohnt.
Vroeger heb ik in een klein dorp gewoond.
Nächstes Jahr will ich näher an der Arbeit wohnen.
Volgend jaar wil ik dichter bij mijn werk wonen.

Onthoud wohnen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen wohnen in ripiti