Duits · werkwoord

zurückgeben

teruggeven

werkwoorden · set 25

Voorbeeldzinnen

Ich muss dir das Buch morgen zurückgeben.
Ik moet je het boek morgen teruggeven.
Er hat mir mein Geld gestern zurückgegeben.
Hij heeft me gisteren mijn geld teruggegeven.
Ich hoffe, dass er den Schlüssel bald zurückgibt.
Ik hoop dat hij de sleutel snel teruggeeft.

Onthoud zurückgeben voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen zurückgeben in ripiti