Duits · werkwoord

zurücklegen

afleggen (afstand), afleggen

werkwoorden · set 62

Voorbeeldzinnen

Wir haben heute zwanzig Kilometer zurückgelegt.
Wij hebben vandaag twintig kilometer afgelegd.
Der Zug kann die Strecke in zwei Stunden zurücklegen.
De trein kan het traject in twee uur afleggen.
Weil sie den Weg zurücklegen musste, kam sie spät.
Omdat ze de weg moest afleggen, kwam ze laat.

Onthoud zurücklegen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen zurücklegen in ripiti