Engels · naamwoord
bike
de fiets (informeel)
naamwoorden · set 58
Voorbeeldzinnen
He rides his bike to school every day.
Hij rijdt elke dag op zijn fiets naar school.
She bought a new bike last month.
Ze kocht vorige maand een nieuwe fiets.
I will fix my bike this weekend.
Ik ga dit weekend mijn fiets repareren.
Onthoud bike voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen bike in ripiti