Engels · naamwoord

business

de zaak (bedrijf), het bedrijf

naamwoorden · set 5

Voorbeeldzinnen

She runs a small business.
Ze runt een kleine zaak.
He started his business five years ago.
Hij begon vijf jaar geleden zijn zaak.
They will expand their business next year.
Ze zullen hun zaak volgend jaar uitbreiden.

Onthoud business voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen business in ripiti