Engels · naamwoord

car

de auto

naamwoorden · set 7

Voorbeeldzinnen

He drives his car to work every day.
Hij rijdt elke dag met zijn auto naar zijn werk.
She bought a new car last week.
Ze heeft vorige week een nieuwe auto gekocht.
We will travel by car tomorrow.
We reizen morgen met de auto.

Onthoud car voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen car in ripiti