Engels · naamwoord
dress
de jurk
naamwoorden · set 57
Voorbeeldzinnen
She wears a blue dress to parties.
Ze draagt een blauwe jurk op feestjes.
My sister bought a dress for the wedding.
Mijn zus kocht een jurk voor de bruiloft.
I will wear that dress on Friday.
Ik ga die jurk vrijdag dragen.
Onthoud dress voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen dress in ripiti