Engels · naamwoord

fruit

het fruit

naamwoorden · set 42

Voorbeeldzinnen

She eats fresh fruit with breakfast every morning.
Ze eet elke ochtend vers fruit bij het ontbijt.
He has bought lots of fruit this week.
Hij heeft deze week veel fruit gekocht.
You should eat more fruit and vegetables.
Je moet meer fruit en groenten eten.

Onthoud fruit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen fruit in ripiti