Engels · naamwoord

plan

het plan

naamwoorden · set 11

Voorbeeldzinnen

We have a plan for the weekend.
We hebben een plan voor het weekend.
She made a plan before the trip.
Ze maakte een plan voor de reis.
They will discuss the plan tomorrow.
Ze zullen het plan morgen bespreken.

Onthoud plan voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen plan in ripiti