Engels · werkwoord

to fly

vliegen

werkwoorden · set 24

Voorbeeldzinnen

She flies to Madrid every month.
Ze vliegt elke maand naar Madrid.
He flew to Rome last week.
Hij vloog vorige week naar Rome.
We will fly home on Friday.
We zullen vrijdag naar huis vliegen.

Onthoud to fly voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen to fly in ripiti