Engels · werkwoord

to plan

plannen

werkwoorden · set 13

Voorbeeldzinnen

She plans her holidays months in advance.
Ze plant haar vakanties maanden van tevoren.
We had planned the trip for weeks.
We hadden de reis wekenlang gepland.
They will plan the wedding together.
Ze zullen samen de bruiloft plannen.

Onthoud to plan voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen to plan in ripiti