Engels · werkwoord

to set out

op weg gaan, vertrekken

met vast voorzetselwerkwoorden · set 58

Voorbeeldzinnen

They set out early in the morning.
Ze gingen vroeg in de ochtend op weg.
She has set out on her journey.
Ze is op reis gegaan.
We will set out before sunrise.
We zullen voor zonsopgang vertrekken.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: to set out, niet to set.

Ook goed

to set offop weg gaan

Op de kaart “op weg gaan” keurt ripiti ook to set off goed.

Onthoud to set out voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen to set out in ripiti