Engels · werkwoord

to warm up

opwarmen (sport)

met vast voorzetselwerkwoorden · set 59

Voorbeeldzinnen

The runners warmed up before the race.
De hardlopers warmden op voor de wedstrijd.
She has warmed up for ten minutes.
Ze heeft tien minuten opgewarmd.
We will warm up before training starts.
We zullen opwarmen voordat de training begint.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: to warm up, niet to warm.

Onthoud to warm up voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen to warm up in ripiti