Engels · werkwoord

to work out

sporten, trainen

met vast voorzetselwerkwoorden · set 18

Voorbeeldzinnen

She works out at the gym daily.
Ze sport dagelijks in de sportschool.
He worked out for an hour yesterday.
Hij trainde gisteren een uur.
I will work out before breakfast tomorrow.
Ik zal morgen voor het ontbijt sporten.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: to work out, niet to work.

Onthoud to work out voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen to work out in ripiti