Frans · naamwoord

l'œil

het oog

met lidwoordnaamwoorden · set 3

Voorbeeldzinnen

Elle a mal à l'œil droit.
Ze heeft pijn aan haar rechteroog.
Il a fermé un œil.
Hij sloot één oog.
Le médecin regardera l'œil demain.
De arts zal morgen naar het oog kijken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'œil. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud l'œil voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'œil in ripiti