Frans · naamwoord

l'agriculteur

de landbouwer

met lidwoordnaamwoorden · set 80

Voorbeeldzinnen

L'agriculteur a semé du blé au printemps.
De landbouwer heeft in de lente tarwe gezaaid.
Nous avons visité la ferme de l'agriculteur.
We hebben de boerderij van de landbouwer bezocht.
L'agriculteur récoltera ses pommes de terre en octobre.
De landbouwer oogst zijn aardappelen in oktober.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'agriculteur. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud l'agriculteur voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'agriculteur in ripiti