Voorbeeldzinnen
L'essence coûte plus cher cette semaine.
De benzine kost deze week meer.
Nous avons manqué d'essence sur l'autoroute.
We zaten zonder benzine op de snelweg.
Je prendrai de l'essence avant de partir.
Ik tank benzine voordat ik vertrek.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: l'essence. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud l'essence voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen l'essence in ripiti