Frans · naamwoord

l'hôtel

het hotel

met lidwoordnaamwoorden · set 40

Voorbeeldzinnen

L'hôtel est près de la gare.
Het hotel is vlak bij het station.
Nous avons dormi dans un hôtel confortable.
We hebben in een comfortabel hotel geslapen.
Je réserverai l'hôtel pour trois nuits.
Ik reserveer het hotel voor drie nachten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'hôtel. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud l'hôtel voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'hôtel in ripiti