Frans · naamwoord

l'heure

het uur, de tijd (klok)

met lidwoordnaamwoorden · set 4

Voorbeeldzinnen

Quelle heure est-il maintenant chez vous ?
Hoe laat is het nu bij jullie?
J'ai attendu une heure entière.
Ik heb een heel uur gewacht.
Nous mangerons dans une heure.
We eten over een uur.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'heure. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Uitdrukkingen met l'heure

Onthoud l'heure voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'heure in ripiti