Frans · naamwoord

l'hiver

de winter

met lidwoordnaamwoorden · set 56

Voorbeeldzinnen

L'hiver est long dans cette région.
De winter is lang in deze streek.
Il a beaucoup neigé pendant l'hiver.
Het heeft tijdens de winter veel gesneeuwd.
Nous partirons au ski cet hiver.
We gaan deze winter skiën.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'hiver. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud l'hiver voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'hiver in ripiti