Frans · naamwoord
l'homme
de man (volwassen persoon), de mens
met lidwoordnaamwoorden · set 1
Voorbeeldzinnen
L'homme lit le journal dans le salon.
De man leest de krant in de woonkamer.
J'ai vu l'homme qui travaille ici.
Ik heb de man gezien die hier werkt.
L'homme arrivera demain avec sa fille.
De man komt morgen aan met zijn dochter.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: l'homme. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud l'homme voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen l'homme in ripiti