Frans · naamwoord

l'impôt

de belasting (inkomsten)

met lidwoordnaamwoorden · set 27

Voorbeeldzinnen

L'impôt augmente chaque année dans cette ville.
De belasting stijgt elk jaar in deze stad.
J'ai payé mes impôts en septembre.
Ik heb mijn belastingen in september betaald.
Elle devra payer l'impôt avant mai.
Ze zal de belasting vóór mei moeten betalen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'impôt. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud l'impôt voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'impôt in ripiti