Frans · naamwoord

l'objet

het voorwerp

met lidwoordnaamwoorden · set 34

Voorbeeldzinnen

Quel est cet objet sur la table ?
Wat is dit voorwerp op de tafel?
Elle a trouvé un objet par terre.
Ze vond een voorwerp op de grond.
L'objet sera livré demain matin.
Het voorwerp wordt morgenochtend geleverd.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'objet. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud l'objet voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'objet in ripiti