Frans · naamwoord

l'orange

de sinaasappel

met lidwoordnaamwoorden · set 41

Voorbeeldzinnen

Je mange une orange au petit déjeuner.
Ik eet een sinaasappel bij het ontbijt.
Il a épluché l'orange avec ses doigts.
Hij pelde de sinaasappel met zijn vingers.
Nous achèterons des oranges au marché.
We kopen sinaasappels op de markt.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: l'orange. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud l'orange voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen l'orange in ripiti