Frans · naamwoord

la banane

de banaan

met lidwoordnaamwoorden · set 96

Voorbeeldzinnen

Je mange une banane au petit déjeuner.
Ik eet een banaan bij het ontbijt.
La banane est mûre.
De banaan is rijp.
Demain, je prendrai une banane pour la route.
Morgen neem ik een banaan mee voor onderweg.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la banane. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la banane voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la banane in ripiti