Frans · naamwoord

la confiture

de jam

met lidwoordnaamwoorden · set 97

Voorbeeldzinnen

Elle mange la confiture sur son pain.
Ze eet de jam op haar brood.
Ma grand-mère a fait de la confiture de fraises.
Mijn oma heeft aardbeienjam gemaakt.
Demain, nous ferons la confiture ensemble.
Morgen maken we samen de jam.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la confiture. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la confiture voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la confiture in ripiti