Frans · naamwoord
la cour
de binnenplaats, de speelplaats
met lidwoordnaamwoorden · set 50
Voorbeeldzinnen
Les enfants jouent dans la cour.
De kinderen spelen op de binnenplaats.
Nous avons mangé dans la cour de l'école.
We hebben op de speelplaats van de school gegeten.
Demain, la cour sera fermée pour les travaux.
Morgen is de binnenplaats gesloten wegens werkzaamheden.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: la cour. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud la cour voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen la cour in ripiti