Frans · naamwoord

la course

de race

met lidwoordnaamwoorden · set 82

Voorbeeldzinnen

La course commence à dix heures.
De race begint om tien uur.
Elle a gagné la course de vitesse.
Ze heeft de sprintrace gewonnen.
Nous regarderons la course à la télévision.
We kijken naar de race op televisie.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la course. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la course voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la course in ripiti