J'ai froid, apporte-moi une couverture, s'il te plaît.
Ik heb het koud, breng me alsjeblieft een deken.
La couverture était trop chaude pour l'été.
De deken was te warm voor de zomer.
Elle a posé la couverture sur le canapé.
Ze legde de deken op de bank.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: la couverture. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud la couverture voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.