Frans · naamwoord

la fois

de keer, de maal

met lidwoordnaamwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Chaque fois que je viens, il pleut.
Elke keer als ik kom, regent het.
Cette fois, j'ai réussi l'examen.
Deze keer ben ik geslaagd voor het examen.
Nous irons au cinéma une fois par mois.
We gaan één keer per maand naar de bioscoop.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la fois. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la fois voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la fois in ripiti