Frans · naamwoord

la maison

het huis

met lidwoordnaamwoorden · set 3

Voorbeeldzinnen

La maison est près de la gare.
Het huis ligt vlak bij het station.
Nous avons acheté une maison l'an dernier.
We hebben vorig jaar een huis gekocht.
Ils vendront la maison en juin.
Ze verkopen het huis in juni.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la maison. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la maison voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la maison in ripiti