Frans · naamwoord

le bateau

de boot

met lidwoordnaamwoorden · set 13

Voorbeeldzinnen

Le bateau quitte le port à midi.
De boot verlaat de haven om twaalf uur 's middags.
Les enfants ont adoré le bateau de pêche.
De kinderen vonden de vissersboot geweldig.
Un jour, nous achèterons un bateau.
Op een dag kopen we een boot.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le bateau. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le bateau voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le bateau in ripiti