Frans · naamwoord

le billet

het kaartje, het ticket

met lidwoordnaamwoorden · set 13

Voorbeeldzinnen

J'ai acheté un billet pour le concert.
Ik heb een kaartje voor het concert gekocht.
Où puis-je acheter mon billet de train ?
Waar kan ik mijn treinkaartje kopen?
Elle a perdu son billet à la gare.
Ze heeft haar kaartje op het station verloren.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le billet. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le billet voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le billet in ripiti