Frans · naamwoord

le bruit

het geluid, het lawaai

met lidwoordnaamwoorden · set 20

Voorbeeldzinnen

J'entends le bruit de la pluie.
Ik hoor het geluid van de regen.
Le bruit m'a réveillé cette nuit.
Het lawaai heeft me vannacht wakker gemaakt.
Nous supporterons le bruit de la rue demain.
We zullen morgen het lawaai van de straat verdragen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le bruit. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le bruit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le bruit in ripiti