Frans · naamwoord

le calendrier

de kalender

met lidwoordnaamwoorden · set 100

Voorbeeldzinnen

Je regarde le calendrier sur le mur.
Ik kijk naar de kalender aan de muur.
J'ai offert un calendrier à ma mère.
Ik heb mijn moeder een kalender gegeven.
Nous changerons le calendrier en janvier.
We verwisselen de kalender in januari.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le calendrier. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le calendrier voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le calendrier in ripiti