Frans · naamwoord

le fruit

het fruit, de vrucht

met lidwoordnaamwoorden · set 30

Voorbeeldzinnen

Ce fruit est très sucré.
Dit stuk fruit is heel zoet.
J'ai mangé un fruit au petit-déjeuner.
Ik heb bij het ontbijt een stuk fruit gegeten.
Nous achèterons des fruits au marché.
Wij kopen fruit op de markt.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le fruit. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le fruit voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le fruit in ripiti