Frans · naamwoord

le gâteau

de cake, de taart

met lidwoordnaamwoorden · set 41

Voorbeeldzinnen

Ce gâteau est délicieux, tu en veux ?
Deze taart is heerlijk, wil je ervan?
Elle a fait un gâteau pour la fête.
Ze heeft een taart voor het feest gemaakt.
Je peux acheter un gâteau pour demain.
Ik kan morgen een taart kopen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le gâteau. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le gâteau voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le gâteau in ripiti