Frans · naamwoord

le jouet

het speelgoed

met lidwoordnaamwoorden · set 74

Voorbeeldzinnen

L'enfant joue avec un jouet neuf.
Het kind speelt met nieuw speelgoed.
J'ai acheté un jouet pour mon neveu.
Ik heb speelgoed gekocht voor mijn neef.
Il rangera son jouet ce soir.
Hij ruimt vanavond zijn speelgoed op.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: le jouet. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud le jouet voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen le jouet in ripiti